Marcel Rohof
Toetsenist bij Rattletrap
Muzikale biografie van Marcel Toetsenist bij Rattletrap.
Voor hem begon muziek op een heel eenvoudige manier. Als kind zong hij mee met de radio en tikte hij ritmes op pannen en potten.
Wat destijds vooral spel was, groeide al snel uit tot een passie die inmiddels bijna vijftig jaar duurt.
Hij vertelt dat hij als jongen van een jaar of zes of zeven veel naar de radio luisterde. Alles wat voorbij kwam probeerde hij mee te zingen of na te doen, maar vooral het ritme trok zijn aandacht.
Dat gevoel voor ritme bleek er al vroeg in te zitten. Via zijn moeder kreeg hij de kans om samen met zijn zus en een vriendje naar de muziekschool te gaan, in het schooljaar 1970-1971.
Daar begon hij met AMV (Algemene Muziekvorming). In het begin draaide het vooral om ritme, later kwamen ook noten lezen en het begrijpen van de notenbalk aan bod.
Na die eerste periode volgde een jaar blokfluitles. Daarna mochten de leerlingen een instrument kiezen. Tot verrassing van zijn moeder koos hij voor orgel.
Op dat instrument behaalde hij zijn eerste diploma. Toch stopte hij vlak voor zijn tweede diploma.
Hij wilde liever spelen wat hij op de radio hoorde, terwijl daar op de muziekschool in die tijd nog weinig ruimte voor was.
Rond zijn zestiende begon hij samen met vrienden in zijn eerste band te spelen. Vanaf dat moment kreeg muziek echt een vaste plek in zijn leven.
Repetities, optredens en samen nieuwe nummers spelen gaven hem energie en smaakten naar meer. In de jaren daarna speelde hij in verschillende bands.
Hij heeft zich nooit willen vastleggen op één muziekstijl; juist de afwisseling spreekt hem aan. Daarom speelde hij vaak in Top 40-bands of groepen met een breed repertoire.
Zelf noemt hij zich dan ook een allround toetsenist.
Zijn eerste eigen instrument kocht hij in 1977: een Welson twee-klaviers portable orgel, samen met een Allsound-versterker met een 15-inch luidspreker.
Om het orgel goed te kunnen vervoeren, maakte hij er zelf een deksel voor. Niet lang daarna kwam zijn eerste synthesizer erbij, een monofoon model van Jen dat bij optredens boven op de Welson stond.
Omdat hij destijds niet veel geld had, spaarde hij voor elke uitbreiding van zijn set. Uiteindelijk kocht hij een Siel Orchestra 2, destijds een populair instrument, dat samen met de andere keyboards op een zelfgemaakte standaard stond.
Toen hij later wat meer mogelijkheden kreeg, stapte hij over op een Roland E-35. Daarmee kon hij zowel orgel- als synthgeluiden spelen en nam hij afscheid van zijn eerdere set.
Ook verving hij zijn standaard door een dubbele keyboardstandaard die sneller op te bouwen was. Tegelijkertijd stapte hij over op een Electro-Voice EV SxA 100+ versterker, wat volgens hem een groot verschil maakte in geluidskwaliteit.
In de jaren daarna breidde hij zijn set verder uit met een Roland Fantom Xa en later een Hammond SK1-73. Vooral de piano- en orgelgeluiden daarvan spreken hem erg aan.
Die combinatie gebruikt hij nog steeds en noemt hij waarschijnlijk het beste setje waarop hij tot nu toe heeft gespeeld.
In al die jaren zag hij de techniek enorm veranderen. Waar je vroeger creatief moest zijn met de apparatuur die je had, zijn de mogelijkheden tegenwoordig bijna onbeperkt en klinken sounds steeds realistischer.
Toch blijft volgens hem de basis hetzelfde: samen muziek maken.
Zijn grootste inspiratiebron in het begin was de radio. Alles wat in de Top 40 voorbij kwam luisterde hij aandachtig en probeerde hij na te spelen, vooral nummers met duidelijke keyboard- of orgelpartijen.
Later merkte hij dat ook de muzikanten met wie je speelt veel invloed hebben. Samen muziek maken blijft inspireren.
Optredens blijven voor hem altijd bijzonder, vooral wanneer alles klopt: een band die goed op elkaar is ingespeeld, een enthousiast publiek en een goede sfeer in de zaal.
Dat zijn de momenten die hem bijblijven en waarvoor hij het doet.
Zijn speelstijl richt zich vooral op het totaal van de band. Hij probeert altijd te spelen wat een nummer nodig heeft: soms een pianopartij, soms een orgel of een synthlaag die het geheel voller maakt.
Juist die veelzijdigheid maakt het spelen op keyboards voor hem zo leuk.
Waar hij het meest trots op is, is dat hij al zo lang actief is in de muziek en met veel verschillende bands heeft mogen spelen.
Muziek is altijd een belangrijk onderdeel van zijn leven geweest en dat is het nog steeds. En wat de toekomst betreft? Die ziet hij eigenlijk heel eenvoudig: blijven spelen en plezier houden in muziek maken.
Zolang dat, dat er is en hij dat met anderen kan delen, gaat hij daar graag mee door.